geluidloos fladderen vlinders zoete balsem drinkend ik kijk, ik voel, ik ben in mij daalt een stilte neer gracieus landt ze op mijn haar bedekt het verscholen kind met fluwelen vleugels verzacht het hartzeer alsof ze zegt het komt goed het is goed vertrouw jezelf
Mijn tweeënzestigste zomer is voorbij gevlogen omdat ze pas laat begon omdat het zo lang bleef regenen omdat er zoveel op de agenda stond omdat er veel tijd verspild werd met een beetje mazzel heb ik nog twintig zomers twintig zomers van zwoele nachten in de ochtend buiten ontbijten flaneren in mijn meest zomerse jurkjes relaxen in de hangmat en zwaluwen in de lucht wandelen in korte broek met een flesje water Mijn tweeënzestigste herfst is gisteren begonnen de tijd tikt stug door laat ik er maar van genieten van kale akkers en de zon zo laag van stormen en zwiepende takken van paddenstoelen en pittige boslucht tenslotte is het enige dat ik onder controle heb mijn besteding van de kostbare tijd die mij rest samen met iedereen die ik liefheb enja ik zal nog vaak genoeg mopperen vergeten waar het eigenlijk om draait Twintig jaren om te leven vanuit mijn hart te stralen en te zingen over vogels bloemen en kleine kindjes de zee met zijn loodgrijze einder het pad dat leidt naar een nieuw begin of neuriënd terwijl ik fietsend de wind trotseer Mijn tweeënzestigste zomer is voorbij gevlogen
Twintig jaar, dat was je terwijl je jouw bewustzijn verloor en opgevangen werd in de meest liefdevolle plek waar wij allemaal vandaan komen vandaag zou je 25 worden maar wat is tijd niets anders dan een mensenverzinsel dat ons allen in een vaste greep houdt als tijd dus verzonnen is dan blijft alleen het ‘zijn’ over ik ben, jij bent wij zijn enkel een briesje pluisje drupje penseelstreek muzieknoot wens cel jij