Categorie: Poëzie



Het blijkt eigenlijk kinderlijk eenvoudig (vloekwoord naar keuze)
ik kan jouw keuze aanvaarden maar niet jouw nooit meer in dit leven
die wreedaard die op de loer ligt weet ik vaak te ontwijken om uiteindelijk
een keer uitgeput te zijn, dat is zijn kans en hij neemt hem, uiteraard
krijsende uithalen van verdriet en pijn zijn tenslotte het voedsel waar hij op teert

Hij trekt en hij snijdt, met woeste halen zwiep ik hem weg tot hij opgeeft
met fluisterende woorden en grijnzend wegkruipt: “tot de volgende keer”
ik snerp hem na dat hij op moet rotten, val kapot, ik wil je niet meer
hoor je mij, je bent een monster, een gedrocht uit de spelonken
je hoort in de duisternis thuis, niet bij mij in het licht

Mijn ogen sluiten zich, ik zie rode pulsaties en langzaam zak ik weg
in de vergetelheid waar ik weet dat mijn ziel zich verweeft met die van jou
jij zegt zacht dat je mijn verdriet begrijpt, mijn tomeloze boosheid en twijfel
mama, je mist mij, dat heet liefde, en ik heb jou ook lief, al ontelbare eeuwen lang
we zullen nooit lang zonder elkaar zijn, denk aan mij vanuit die liefde

Nodig hem uit mama, voor een diner dansant, voer hem hapjes van verdriet en woede
geef hem absint gemaakt van jouw zoute tranen, tot hij dronken is van genot en
dans met hem, pirouettes en tango’s, walsen tot je duizelig bent mama,
dansen met het monster is de lijm die jouw hart heelt en je toestaat
het corsage van veldbloemen te ruiken dat hij voor je mee nam, hij weet wat je mooi vindt

Ik zal hem vragen mijn kind, mij kleden in mijn mooiste jurk, schoenen met hakken
mijn haren opsteken zodat de lok van inkt te zien is achter mijn linkeroor
en berusten in de cadans, swingen tot ik erbij neerval, berusting nabij
wanneer hij tenslotte volgevreten en afgebrand zich uit de voeten maakt zal ik licht zijn
het licht, voor mijzelf, voor jou, zelfs voor hem, die danser uit de krochten



Terwijl ik tussen akkers vol tarwe


fiets kijk ik opzij


op ooghoogte vliegt een bij


met dezelfde snelheid als ik


of dan ik


dat was altijd een discussie waard


tussen jou en mij


ik denk dat als goed is


dan is fout


En als het waar is dat jij even

in die bij zat

want dat voelde ik diep van binnen


dan heb je mij zien lachen


en horen roepen: wedstrijdje?


het blijkt dat jij, de bij


sneller bent dan ik



Terwijl ik verder fiets


gaan mijn gedachten


op en neer


net als de pedalen


je was er ik mis je je was er


ik mis je je was er ik mis je


de liefde is net zo groot


als het gemis dat ik voel




Een foto: dochter, 

kleinzoon en
sterren-flitser
oogjes fonkelend van pret en
bewondering
verdrietig gemis bij haar
tegelijkertijd genieten om
het plezier 
van de kleine man
mijn borstkas knijpt samen

En op de achtergrond een fotolijstje,
de roofvogel op jouw arm,
muts, dikke jas, ingevallen wangen
ik hoor je lachen, ergens in mij,
de holte in mijn hart zuigt zich vacuüm
en jij trekt
een gouden lijn tussen broer en zus

We willen
dat hij weet
wie zijn oom is
dit doen we vaker
staat geschreven in
het berichtje

Terwijl mijn oeverloos verdriet zich 
hortend een weg baant tussen
ribben en strottenhoofd
voel ik dat ik weer iets minder kapot ben



Toen ik het kippenhok opende
en de dames goedemorgen wenste
kwamen ze niet elkaar verdringend naar buiten
zoals altijd om haantje de voorste te zijn
zelfs hennen doen dat
vandaag niet
hun wereld was ondergesneeuwd
onder hun rode kammen dwarrelde vraagtekens naar beneden

tussen de sneeuwvlokken
elkaar murmelend en afwisselend voor het treeplankje duwend
besloot een van hen, haha en niet hun
toch de stap te wagen en gleed naar beneden
de rest volgde gelaten
pikkend proefden ze van de sneeuw
zagen hun voeremmer en vergaten hun oude wereld
och, had de mens ook een kippenbrein

zodat hij gisteren kon afschrijven
alsof zulks nooit bestaan had